Omdat door de internationale gemeenschap al tijdens de Joegoslavische burgeroorlog wordt vermoed dat de mensenrechten op grote schaal worden geschonden, wordt halverwege de oorlog (1991-1995) het Tribunaal in Den Haag opgericht.
Het Tribunaal heeft het recht mensen te vervolgen die worden verdacht van het schenden van internationaal humanitair recht, gepleegd op het grondgebied van het voormalig Joegoslavië vanaf 1 januari 1991. Onder dit recht vallen de regels die zijn opgesteld over oorlogen, gewapende conflicten en dergelijke, maar ook eerdere uitspraken van nationale en internationale rechters in internationale conflicten.
Omdat het Tribunaal een internationaal gerechtshof is, worden rechtssystemen van verschillende landen gecombineerd. Het bestaat uit drie kamers en een kamer voor hoger beroep. De voertalen in de rechtszalen zijn Engels en Frans, waar nodig met behulp van tolken. De getuigen en verdachten mogen in hun eigen taal spreken en alle stukken zijn beschikbaar in het Bosnisch, Servisch en Kroatisch.
Volgens het statuut mag het Tribunaal op vier punten aanklagen:
- Misdaden tegen de menselijkheid
- Schending van de Verdragen van Genève
- Genocide
- Oorlogsmisdrijven.
Het Tribunaal beoogt drie zaken: het stoppen van de oorlogsmisdaden, het bestraffen van oorlogsmisdadigers en het voorkomen van het schenden van het humanitair recht. Uiteindelijk is besloten dat de hoogste straf die het Tribunaal uit mag delen levenslang is. De rechters kiezen vervolgens een land waar de veroordeelde zijn straf moet uitzitten. Het land wordt gekozen uit een lijst met landen die zich daartoe bereid hebben verklaard. Als er geen land beschikbaar is, zal de straf in Nederland worden uitgezeten.